Nothing will ever be the same

RSS

A. Over mondigheid en aankomstwijken

Begin 2019 verschenen twee berichten in het nieuws die me fascineerden. Het is even terug maar soms is het nuttig om het ‘nieuws’ met een beetje vertraging te bekijken. De twee nieuwsfeitjes waren het FB bericht van de jonge Molenbeekse Sara Lou en de tussenkomst van Sammy Mahdi van Jong CD&V in het radiojournaal, allebei naar aanleiding van de onlusten op oudejaarsnacht in Molenbeek. 

De reactie van Sara Lou verrast niet. Ik wil het niet hebben over de inhoud van haar reactie maar meer over het feit dat ze reageert. De jongedame is geen geïsoleerd geval maar slechts een topje dat bovendrijft van een smeulende ijsberg van ongenoegen en verontwaardiging bij grote delen van de bevolking van Molenbeek (en ver daarbuiten). Dat ongenoegen en die verontwaardiging zijn niet nieuw. Wat wel nieuw is, is de mondigheid en het uiten van dat ongenoegen. Vooral door een jonge bevolking. Je ziet dit ook bij de klimaatmarsen. De meer gevestigde ‘elite’ heeft het daar nog wat moeilijk mee dat die jongeren te pas en te onpas het woord nemen (en dat niet altijd inhoudelijk academisch onderbouwen) en reageert verkrampt en heel defensief. Terwijl het an sich een heel positieve evolutie betekent.

Veel mensen met wortels in de migrantengemeenschap beseffen dat ze zelf ook een mogelijkheid/verantwoordelijkheid hebben in het beeld dat de media van hen ophangen. Waar het vroeger volstond om in de slachtofferrol te kruipen - vaak gerechtvaardigd - en de media met de vinger te wijzen over de eenzijdige berichtgeving, beseffen ze nu beter dan ooit dat ze zelf niet alleen kunnen maar misschien ook moeten het initiatief nemen. Sociale media en internetberichtgeving bieden daartoe de mogelijkheden. Breder bekeken is het  een teken dat er een nieuwe generatie staat te popelen om bij te sturen waar het de vorige generaties altijd aan ontbroken heeft : burgerschap, het opnemen van een actieve rol in de brede Belgische samenleving. Waar vorige generaties vaak nog met één been in de maatschappij van het thuisland stonden, beseffen de nieuwere generaties dat hun leven zich zal afspelen in hun nieuwe thuisland en dat ze zelf hun weg zullen moeten banen.  

Een tweede reactie op de nieuwjaarsonlusten waar ik het even over wil hebben is die in het radiojournaal van Sammy Mahdi waarbij hij Brussel beschrijft als een sociale ‘lift’ en Molenbeek als de onderste trede daarin. Wie het maakt in Molenbeek, verlaat die gemeente en gaat elders wonen zodat hij/zij opnieuw plaats maakt voor de volgende generatie die zich wil omhoogwerken. Volgens Mahdi is een gevolg dat er geen middenklasse opgroeit in Molenbeek wat een deel van de problemen verklaart. Die sociale lift is rechtstreeks geplukt uit de theorie van de aankomstwijk.

De voorbije drie jaar is het discours van de aankomstwijk vaker gebruikt als men het heeft over Molenbeek en Kuregem. De term ‘aankomstwijk’ duikt consequent hier en daar op, Brukselbinnenstebuiten organiseert wandelingen met als thema: 'aankomstwijken Kuregem en Molenbeek', er was een reeks op Canvas ‘God woont in Berchem’ die focust op de Afrikaanse kerken in de migratiewijken van Antwerpen, Berchem… de term ‘aankomstwijk’ raakt langzaam ingeburgerd.

B. Project Halfway Home: Relevantie en voortschrijdend inzicht

De aanslagen van Parijs en Brussel hebben mijn Halfway-Home project wat op z’n kop gezet. Toen ik begon, was de term aankomstwijk in België slechts in beperkte kringen bekend, laat staan dat men dit beeld zou gebruiken om naar Molenbeek of Kuregem te kijken. Toen de vreselijke aanslag in Parijs gebeurde, was ik die dag met mijn boek ‘Halfway Home’ net aanwezig op een boeksigneersessie van Paris Photo. Ik herinner me nog goed dat ik vlakbij Saint-Denis was toen de hel losbarstte. Van het geweld zelf maakte ik niets mee, van de gevolgen er van des te meer. 

De aanslagen zorgden er voor dat plots de hele wereld zich in Molenbeek bevond.Terwijl ik de jaren er voor een beetje ‘cavalier seul’ kon spelen zat ik plots mee in een maalstroom waar ik geen deel van wou uitmaken. Ik zat midden in de voorbereiding van het tweede deel van mijn project: “Cars, Priests & Haircuts” en het deed me stevig nadenken over het vervolg. Cars handelt over de economie van de aankomstwijk en zette me op een pad dat me heel interessant leek: de vertakkingen van de aankomstwijk en zijn sterke banden met de thuislanden. Ik voelde dat ik mijn project wat moest verbreden en meer naar de aankomstwijk als een ‘concept’ moest kijken en niet als een geografische entiteit. Ik ben de auto’s gevolgd naar West-Afrika en exploreerde de Libanese diaspora. So far, so good.

Maar het initiële opzet van Priests - over de relevantie van religieuze netwerken in de aankomstwijk - ontbrak m.i. de scherpte van de rest van mijn Halfway Home reeks. De Afrikaanse kerken, de moslimgemeenschappen, de Braziliaanse filière… ; het leek me in de naweeën van Parijs en Brussel allemaal niet meer zo urgent. het is eigenlijk ook al ruim gedocumenteerd en ik had geen zin om die paden nog eens te bewandelen.

Die netwerkdimensie ben ik ook gaan toepassen op Priests. Ik vertrek nog steeds vanuit de realiteit van de aankomstwijken maar bekijk meer de connecties die de wijken hebben met de rest van de leefwereld van de diaspora. Hoe wat er gebeurt in die wijken eerder het gevolg is van de gebeurtenissen in een eindeloos vertakte netwerkwereld. 

 

 

Het boek ‘PRIESTS’ is in voorbereiding maar ik heb nog geen zicht op publicatiedatum. Ik maakte de voorbije jaren verschillende reizen naar Noord- en West Afrika en ik ben nog niet volledig rond met de inhoud.  Ik moet nog geld en tijd vrijmaken voor enkele noodzakelijke reizen. Een vervelend gevolg als je het meer over de netwerkdimensie wil hebben...

Previous Post

  • Kurt Deruyter
Comments 0
Leave a comment
Your Name:*
Email Address:*
Message: *

Please note: comments must be approved before they are published.

* Required Fields